Leven in de brouwerij

5641EA74-4C43-4148-A9CE-E670E037D6A1_1_201_a
Het ijs op de Ringvaart.

Het wordt een beetje monotoon allemaal. En dat zeg ik, terwijl ik nog een tamelijk tumultueus huishouden run met drie jongens, die elkaar hun broederliefde vaak op de omgekeerde manier bewijzen. Met als resultaat opstandjes in huis, doelloze discussies, gedoe en ongewenste bemoeienissen in andermans zaken. ‘Anders is er helemaal geen leven in de brouwerij!’ roept zoon 1, als je vraagt waarom ze dat doen. Dus stelt hij voor ‘een Rico Verhoeventje’ te doen met zijn jongste broer. Even later ligt er een ondefinieerbare kluwen te duwen en te trekken op een kleedje. Ik run maar onverstoorbaar door met mijn huishouden.

Litanie

De minder fysieke variant kan bestaan uit een litanie van dingen die ze nog moeten doen voor school. Soms lucht het een jongenshart gewoon op door je moeder een opsomming te geven van de toetsen en al het huiswerk. Dan heb je het zelf ook weer op een rijtje en als je moeder dan meezucht en zegt: ‘Jeetje, dat is veel!’, voel je je in ieder geval weer begrepen en in één moeite door ook gesteund in je discutabele mening dat docenten er alleen maar zijn om jouw leven te vergallen. Zo simpel is dat natuurlijk, in de ogen van een puber.

Dus monotoon is waarschijnlijk niet het juiste woord hier, maar toch wordt de lockdown hier zoals iedereen het ervaart: saai.

Ander uitzicht

De variatie moet je zoeken in andere dingen, zoals het feit dat we opeens omringd zijn door een witte wereld. Ook kleurloos, maar het biedt weer even een ander uitzicht. Ik verplaats me daarom ook van de warme keuken naar een iets frissere ruimte waar mijn bureau staat. Hier heb ik uitzicht over de langzaam bevriezende ringvaart voor ons huis, waarlangs veel mensen wandelen. Met of zonder muts, slee, hond, mobiel of kopje koffie. In ski-uitrusting met snowboots en zonnebril of op veel te gladden schoenen. Flink de pas erin of wandelend alsof ze bij elke stap kunnen uitglijden.

IJs

Een opgetogen buurvrouw – die zo graag schaatst – belt. Ik moet naar het water kijken. ‘Je zíet het ijs gewoon langzaam ontstaan!’ Ik ga voor het raam staan en verdraaid, ze heeft gelijk. Een heel dun vliesje op het water wordt zienderogen groter. ‘Zie je dat? Zie je dat?!’ Maar later op de middag wordt het ook weer kleiner.

Dat was een paar dagen geleden. Inmiddels groeit het ijs juist weer gestaag in dikte. Diverse mensen die wandelen over het dijkje proberen voorzichtig met hun voeten of het ijs al dik genoeg wordt, maar niemand durft er een stap op te lopen. Twee meisjes die langs de kant van de vaart het ijs vernielen, worden tot de orde geroepen en taaien af. Iedereen kijkt het ijs bijna dikker en wacht met smart tot er kan worden geschaatst. Dat biedt dan weer een ander perspectief.

Klacht

Ondanks die sneeuwpret zijn de meeste mensen die ik spreek klaar met het lockdownleven. Zoon 2 vraagt of je ook een klacht kunt indienen bij ‘meneer Rutte’. Ja hoor, je kunt zo een brief schrijven. Dat wil hij dan wel doen en hij zal dan zijn pas geleerde P-B-U-methode toepassen: Punt – Bewijs – Uitleg. Zijn Punt is dat hij gewoon naar school wil en niet langer op een scherm lessen volgen. Hij krijgt er hoofdpijn van. Het wordt allemaal eentonig, duf en langdradig en het duurt sowieso te lang. Hij wil weer fietsen, zijn vrienden zien, in de klas zitten. ‘Doen!’ zeg ik.

Ik vertel maar niet wat mijn eigen en enige remedie is tegen de uitzichtloze lockdown: mooie boeken lezen. Zijn reactie daarop zou voorspelbaar zijn: ‘Saai!’ En dat woord wil ik juist even niet horen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *