Met drie brugklassers op stap

97DFC6CB-F4C3-4E1D-B87C-6C89A64F3652
De drie brugklassers tijdens een wandeling.

Een ander universum

Ik ga met drie brugklassers een paar dagen naar België: zoon 2 (kort geknipt, net 13 jaar) en twee van zijn vrienden (beiden 12 jaar; de een met een kort koppie, de ander met weelderige, lange krullen). De toetsweek zit erop en zodra zoon 2 thuiskomt na zijn laatste proefwerk, pakt hij zijn tas en het kooitje met Gerrit de hamster, gooien we de auto vol en als de twee vrienden arriveren, rijden we zuidwaarts. Hoewel de drie jongens moe zijn van een paar weken leren en woordjes stampen, praten ze honderduit. Vooral over games, nieuwe uploads, virtuele mogelijkheden, verschillende devices en allemaal andere dingen waar ik niks van begrijp. Zij vertoeven af en toe in een universum ver verwijderd van het mijne. Hun taal is soms onverstaanbaar. En hoewel ik het interessant vind om te weten in welke wereld zij vertoeven, is de grens soms onoverbrugbaar.

Eenmaal aangekomen op de plek van bestemming, hebben ze weer wifi. Via Magister rollen de eerste cijfers van hun toetsweek al binnen: allemaal (dikke) voldoendes voor de drie gymnasiasten. Ze zijn opgewekt, trekken hun zwembroeken aan en lopen blij pratend over hun cijfers met de rubberboot naar het meertje.

Praten, praten, praten

En zo gaat het het hele weekend. Het is alsof ik in een kippenhok zit: ze praten, praten, praten. Meestal over gamen, maar als ze daarover even uitgepraat zijn, zegt de ene vriend tegen de krullenbol: ‘Wanneer laat je je haar nou eindelijk knippen?’

Dan hebben ze vragen ze hoe warm die krullen zijn en hoeveel hij eraf zou willen. En vervolgens hebben ze het over Gerrit de hamster. Zou hij het leuk vinden om hier in het bos te lopen? Zou hij overleven, buiten zijn kooi?

Zoon 2 regelt met mij dat ze ‘af en toe ook wel mogen gamen’: ‘Dat hebben we wel verdiend, mam, na al die toetsen.’ Dus terwijl ik in de tuin lees, hoor ik het gebliep van de apparaten, de eentonige deuntjes die de spelletjes begeleiden en soms zelfs drie youtubefilmpjes door elkaar. ‘Worden jullie daar niet gek van?’ ‘Neuh…’ antwoorden ze afwezig. Ze zitten erg ver weg.

Blotevoetenpad

’s Avonds wandelen we rondom het meertje, zij voetballen nog even en daarna kijken we een film. En ook tijdens de film praten ze. Over hoe het zou zijn om zo lang in die onderzeeër te zitten tijdens de oorlog. Ze vinden de ondertiteling ‘niet helemaal accuraat’ en hebben het over de mannen die zich in die benauwde ruimte zo diep onder de zeespiegel tot elkaar moeten zien te verhouden. Ze praten, praten, praten. Ook als ze in bed liggen, hoor ik boven nog heel lang de drie kletskousen.

De volgende dag wil zoon 2 heel graag het blotevoetenpad van Zutendaal lopen. Dat hebben we eerder gedaan en daar heeft hij goede herinneringen aan. Daar aangekomen blijkt dat we toch een ‘reservatie’ hadden moeten maken. In verband met corona mogen er minder mensen op het pad en om het te kunnen reguleren, is reserveren verplicht. Ik maak ter plekke een ‘reservatie’ voor de volgende dag en vraag wat  voor nu een leuk alternatief is. De dame achter de balie raadt een wandeling van 5 km aan: ‘Volg gewoon het groene rechthoekje.’ Dat doen we. Zoon 2 stribbelt zoals gewoonlijk tegen. Bij hem duurt het dwars liggen en argumenten verzinnen om iets níet te doen vaak net zo lang als de activiteit zelf. Maar dit keer is hij de enige en heb ik hulp van zijn twee vrienden, die duidelijk meer gewend zijn om met stevige stappers en zonder gezeur te wandelen. Zij zeggen dat we gewoon gaan en dat 5 km helemaal niet ver is. Zoon 2 moppert en wil het liefst terug, maar zodra ze weer over gamen praten, stopt hij. Ze praten en beginnen ondertussen dingen te vertalen in het Latijn, Frans, Duits en Engels. In een jaar tijd hebben ze vier vreemde talen geleerd. En ze praten, vertalen en verbeteren elkaar of voegen dingen toe, met naamvallen en al. ‘En weet je al wanneer je naar de kapper gaat? Het is toch veel te warm, dat haar?’

Het is een mooie wandeling. Als we terugrijden, moeten we noodgedwongen via een andere weg terug. Ik twijfel hardop over de te nemen route. Advies van de brugklassers vanaf de achterbank: ‘Rijd dan gewoon een beetje op je gevoel. Doen wij ook als we het niet weten bij de toetsen.’

FA165B7D-6F9D-4605-BBB7-81BFE55C12CA
Uitzicht vanaf de uitkijktoren.

Respect van de brugklassers

De volgende dag lopen we het blotevoetenpad. Ik heb een rugzak vol broodjes, zonnebrand, water en handdoeken en ik laat ze voelen wat ik meetors. ‘Nou, lang niet zo zwaar als onze schooltas hoor.’ ‘Ja, maar daarmee hoef je niet ruim een uur te wandelen.’ Ze knikken alle drie en geven hem terug aan mij: ‘Respect!’

De schoenen gaan in een kluisje en op blote voeten beginnen we de tocht. Die gaat over koele aarde, warm zand, zacht gras, harde steentjes, poezelige houtsnippers, harde keien en ronde balken. Omdat je het niet meer gewend bent, is blootvoets lopen een sensatie. Je voelt opeens weer met je voeten en ervaart het lopen anders. Zelfs door een modderige plas waden is vreemd genoeg prettig. Maar het drietal bekommert zich daar niet zo om. Zij praten, praten, praten en lopen verder. Ze hebben het over het haar van hun vriend, wat ‘haar knippen’ in het Duits is, geven elkaar tips over games, leggen dingen uit, vragen welke game ze leuker vinden, wat ze zouden doen als…

Geen idee wat ze allemaal zeggen, daar in hun eigen wereld, dus ik geniet van het groen, de bosgeur, de bloemen. Ondertussen lopen ze wel beduidend makkelijker dan ik. Ik voel elk klein kiezelsteentje en ga niet zo snel. Ik zie ze al niet meer lopen, maar hoor mijn zoon nog wel roepen door het bos: ‘Mam, gas!’

Ik probeer sneller te lopen, maar zeg dat ze maar moeten gaan: ‘Stop maar als jullie honger hebben.’

De uitkijktoren van het blotevoetenpad bij Zutendaal.

Amigus!

Bovenop de uitkijktoren wachten ze mij op. ‘Nou vrienden, daar ben ik,’ zeg ik. Zoon 2 slaat een arm om mijn schouder – hij is bijna net zo groot als ik – en zegt: ‘Amigus!’

Ik geniet van het onmetelijke uitzicht en de prachtige wolkenlucht. Maar die schoonheid is nauwelijks aan ze besteed. Ze kijken, constateren dat het jammer is dat je ook die fabrieken in de verte ziet en gaan snel weer naar beneden.

5D2E2761-8DB0-4182-9C89-DAC46F63F387
De drie brugklassers wandelen weer verder.

We klimmen, klauteren, waden door een riviertje en komen dan bij de uitgang. We spoelen onze voeten af en ik geef ze een ijsje. Als de brugklassers al likkend aan een ijsje zitten te praten, vragen ze zich af of ze nieuwe cijfers hebben, hoe Gerrit het blotevoetenpad zou vinden, wat ‘ijsje’ in het Latijn is. Even zwijgen ze en dan: ‘Nou, denk je nog dat je naar de kapper gaat?’

Ik luister al niet meer. Dit zijn teveel woorden. Ik voel alleen mijn tintelende voeten en vraag me af hoe dat zou klinken. In het Latijn.

*

Mooi verhaal? Deel het met je vrienden! 

 

3 gedachten over “Met drie brugklassers op stap

  1. Prachtig Madeleine, zie het helemaal voor me en herken het ook. Normaal zwijgzaam en wat norsig achter een scherm hummend om helemaal op te leven als de vrienden er zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *