Pubers in huis

20200108_104410
Een bladzijde vol onregelmatige Engelse werkwoorden.

Tosti

Het is wonderlijk hoe snel alles gaat. Zo sta je poepluiers te verschonen, leer je ze lopen en praten en breng je ze met een klein rugzakje op hun rug naar de basisschool. En dan heb je opeens een stel pubers in huis, die hun zware rugzakken naast de bank neersmijten en honger hebben. Niet drie, maar meer. Bij een uur uitval bevolkt een stelletje langbenige pubervrienden de bank.

Meest gehoorde uitspraak in dat soort situaties: ‘Mogen we tosti?’

Gebrom

Gisterochtend stond er al om 7.50 uur een vriendje voor de deur, met wie zoon 2 altijd naar school fietst. ‘Wat ben jij vroeg!’ zei ik en als antwoord kreeg ik wat gebrom. Hij liep me voorbij, rugzak op de rug, rechtstreeks naar de slaapkamer van zijn vriend, die nog aan het tanden poetsen was. ‘Hu? Ben je er nu al?’

De moeder van het vriendje vertelde later die dag dat hij boos was en zonder ontbijt het huis uit was gegaan. Tegen mijn zoon had hij nog wel verteld dat hij boos was. Maar waarom, dat wist niemand. Reactie van mijn zoon: ‘Puber!’

Huiswerk

Terwijl de jongens hier in huis er soms ook wat van kunnen. Er zijn dingen die onverwachte reacties of boosheid opleveren. Huiswerk en school scoren daarbij hoog. Zo kreeg zoon 2 gisteren een 6,9 voor Nederlands. ‘Eigenlijk had ik een 7,4, maar er gingen punten af vanwege spelfouten. Ik had ‘is gebeurt’ geschreven.’

‘Met een T? Had je even niet opgelet op de basisschool?’ vraag ik.

‘Maar het is toch helemaal logisch!’ zegt hij. ‘Gebeurt is afgeleid van ‘gebeurtenis’, dus met een T’.

Ik: ‘Lieve schat, gebeurd als voltooid deelwoord is afgeleid van ‘gebeurde’, dus met een D.’

O.

Stilte.

Hij: ‘Ja, dat snap ik dan wel, maar ik vind die man altijd zo streng. Kan hij mij dan niet één keertje matsen?’

Ik: ‘Nee, want daar leer jij niks van en nu weet jij dat het voltooid deelwoord van gebeuren met een D is. Dat ga je nu nooit meer vergeten. Toch?’

Toets

De Engelse onregelmatige werkwoorden moest hij onlangs ook leren. Een heel A4-tje vol.

To be – was/were – been. To put – put – put. To fly – flew – flown. To sink – sank – sunk. Enzovoorts.

‘Een hele bladzijde! Dat moet ik allemaal leren! Belachelijk!’

‘Je leert het gewoon één keer goed. Gewoon stampen en dan heb je er de rest van je leven iets aan.’

Ik wist ze nog allemaal. Gek, hoe zoiets je hele leven blijft hangen, ook al heb je het een eeuwigheid geleden geleerd.

Hij ging aan de slag en na het overhoren had hij de ‘irregular verbs’ aardig paraat.

Op de toets moest hij ‘snijden’ in het Engels vervoegen. Hij dacht dat ‘to cut – cut – cut’ knippen betekende en snijden wist hij niet. Dus vulde hij in: ‘To snide – snode – snode’.

‘Wat? Heb je dat ingevuld? To snide – snode – snode?’

Ik krijg bijna de slappe lach.

‘Ja, het is toch beter iets dan niets in te vullen? En het klinkt toch goed?’

Zijn cijfer voor deze toets moet hij nog krijgen. Ook zo’n punt van irritatie, want die leraren hebben toch niks anders te doen? Waarom doen ze dan zo lang over het nakijken? Hij wacht al wéken.

Klompen

Dat was vorig jaar ook de meest gehoorde klacht van zoon 1. Die vandaag overigens geheel in sportkleding gehuld naar beneden komt.

‘Trek je dat aan naar school?’ vraag ik. ‘Dat kan toch niet? Dit is toch voor het sporten?’

‘Ja, dit kan. Is heel normaal hoor. Dat jij nou in 1920 in een spijkerbroek en op klompen naar school ging…’ is het antwoord.

‘Klompen? Droeg ik klompen?’

Nou nou nou, wat is dit allemaal op de vroege ochtend?

‘Ja, ik moet gaan. Doei.’

Hij slingert zijn rugzak op zijn rug en gaat weg.

Er valt weer een enorme rust over het huis.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *