De digitale wereld

Digitaal

Jeuk

Er bestaat een wereld waar ik geen weet van heb. Volgens mij zelfs wel veel meer werelden waar ik geen flauw vermoeden van heb. Laat staan dat ik weet wat mensen er doen, waarom ze daar zijn of wat voor taal ze spreken. De voetbalwereld is zo’n domein waar ik me een buitenaards wezen in voel. En zo zullen er veel meer plekken zijn: de onderwereld, de bankwereld, de paardenwereld, de bodybuilderij, de hobbyclubs van modeltreinen – noem maar op. En mocht ik er ooit in geraken, dan zal ik me er niet thuis voelen. Al was het alleen maar vanwege de taal die er gebezigd wordt en die spontaan jeuk oproept.

Deze week maakte ik kennis met de achterkant van de digitale wereld. Ik bezocht een bijeenkomst over Search Engine Optimalization. Mijn website gaat volgende week namelijk fris en fruitig opnieuw de wereld in, zodat alles ook op mobiel en tablet beter is te lezen en je bovendien direct kunt reageren als je iets leest. Bureau-rood wordt dus responsive. Het leek me wel nuttig om dan ook te weten hoe mijn website beter gevonden kan worden door mensen die schreeuwend behoefte hebben aan een tekstschrijver die hun blanco pagina’s kan vullen met duidelijke taal. Om dat te weten, moet ik dus kaas hebben gegeten van SEO.

Digi-taal

Hoewel ik nooit kan wennen aan de ondoorgrondelijke en irritatie oproepende digi-taal, bracht ik gisteravond een paar uur door in een wereld waarin mensen het woord tools zonder blikken of blozen gebruiken en ‘user generated content’ net zo gemakkelijk over de tong gaat als een hele rits afkortingen van mij nietszeggende Engelse woorden. En natuurlijk is een url gesneden koek, net als een backlink, plugin, robots, spider en screaming frogs. En wist je al hoe gevaarlijk het kan zijn als ergens in de krochten van je website per ongeluk ‘disallow’ staat? Dan vindt niemand je namelijk en dat wens je je ergste vijand niet toe.

‘De beste plek om een lijk te verbergen is de tweede pagina van Google’ werd gisteravond grappend – en in het Engels uiteraard – gezegd. Nee, de tweede pagina van Google – als je daarop terecht komt, besta je al niet meer…

Diginative

Het mag niet verbazen dat de jongste van het hele gezelschap degene was die voor de groep stond en het woord voerde. Ik denk dat ik de helft van wat deze diginative ons vertelde wel een beetje kon plaatsen. Over de rest had ik vaag het gevoel te begrijpen waar het over moest gaan. Tegelijkertijd brak ik mijn hoofd over hoe ik dit toch allemaal moest gebruiken op mijn nieuwe website. En terwijl ik daar zat, kwam langzaam het verlangen naar iets wat nog nooit op mijn verlanglijst had gestaan. Want o, wat zou ik graag willen dat ik de achterkant van mijn eigen website zo’n zet kon geven dat hij boven in de Google ranking komt. Wie schrijft die blijft, werd vroeger gezegd. Vroeger, toen het gedrukte woord en papier nog heilig was. En ook zo lekker rook. En toen je bestond als je dacht. Vergeet het maar. Je kunt schrijven of denken wat je wilt, je bent pas iemand als je bovenaan in de ranking staat. Dat wordt nog een hele klim.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *