Blog 17

Kat uit de boom

De klok wel horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. De kat uit de boom kijken. Als ik deze uitdrukkingen thuis zou gebruiken, zouden mijn jongens me vreemd aankijken. Welke klok? Waar zit een kat in de boom? Waar heeft ze het nou weer over? Ik heb mijn zoons altijd gezegd dat ik mijn taalgebruik niet aanpas en als ze een woord niet kennen of iets niet begrijpen, ze het maar moeten vragen. Dat doen ze dan ook vaak. Het komt ten goede aan hun woordenschat, hoop ik maar. Soms verrassen ze je dan met een opmerking, maar het valt ook wel eens tegen welke woorden ze kennen. Bart bleek bij het voorlezen niet te weten wat een verslaggever is. Terwijl ik dat ben.

De drie p’s

Zaterdag fietsten we naar huis en overlegden David, Joris en ik over wat we die avond zouden eten. De drie p’s kwamen direct ter sprake: patat, pannenkoeken en pizza. Maar nee, dat gingen we niet doen, liet ik ze alvast weten. De heren dachten even snel na en zeiden: ‘Wij zijn met meer. Twee tegen een, dus eten we het toch!’ Ze keken triomfantelijk over dit in hun ogen gewéldige argument. Waarop ik alles de grond inboorde met: ‘Ja, maar ik heb vetorecht.’ David kwam weer slim uit de hoek: ‘Ja, maar ik het schoen- én veterrecht!’ Ik moest lachen en legde uit wat vetorecht inhoudt. ‘Oh, ik dacht dat je iets met veters bedoelde,’ zei hij. En we aten spinazie. Met spekjes. Dat dan weer wel.

Ik weet nog wel dat ik als kind dingen wel eens anders hoorde dan dat je ze schrijft. Zo heb ik jarenlang gedacht dat je ‘pendaal’ schrijft, in plaats van pedaal. En in spreekwoorden en gezegden was ik lange tijd niet goed. Ik begreep ze gewoon niet. Bijvoorbeeld wat er met die hoge bomen en wind werd bedoeld. Dus leer ik mijn jongens juist waar een spreekwoord vandaan komt. In de hoop dat de ezelsbruggetjes werken.

Misbruik

Maar het gaat ook om gewone situaties die ze soms niet begrijpen. Gisteren wilden David en Joris geen toetje na het eten. Bart kwam later thuis van zijn training en nam na zijn eten wel een toetje. Toen wilden David en Joris opeens toch ook. Terwijl ze eerst niet wilden en nu echt bedtijd was. ‘Jullie maken misbruik van de situatie,’ zei ik. Stilte. Verbaasde blikken. ’Wat doen wij met de situatie? Welke situatie?’ Hoewel David het nog wel eens vrolijk heeft over ‘win-win situatie’, kenden ze deze kennelijk nog niet. Maar ik was moe van een hele middag met veel jongens in huis en cateraar spelen. Dus gaf ik ze maar hun toetje. Ze hebben toch ook altijd honger… Daarna bracht W. de jongens naar bed. Joris kon de slaap niet vatten en probeerde te luisteren naar wat W. nog met Bart besprak. ‘Papa, wat zei je nou?’ klonk het opeens uit zijn kamertje. Waarop W. de vraag omzeilde: ‘Of je worst lust.’ ‘Ja, dat lust ik. Dat weet je toch. Maar wat zei je nou?’

Mij zou het eerlijk gezegd worst wezen, maar dat zei ik maar niet. Anders moet je dat van die worst ook nog uitleggen. En slapen ze nooit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *