Blog 16

Boeken La Roche Foucault

Sensatie

Ik vraag me regelmatig af waar mijn liefde voor taal nu vandaan komt. Ik herinner me bijna lijfelijk de sensatie die ik voelde, toen ik leerde lezen. Hoe ik hield van de enkele boeken die ik bezat en die stonden op de twee ijzeren boekenplankjes boven mijn bed, naast mijn oranje-gele wekker. Mijn hele bibliotheek op twee smalle plankjes. Het ene plankje was oranje, het andere paars. Ik sliep trouwens ook vaak met mijn boek onder of naast mijn kussen. Pinkeltje, Wipneus en Pim, Mark en Marieke. Ik had nooit knuffels in bed, alleen maar boeken.

Verschil

Leraren op de middelbare school kunnen verschil maken in liefde voor een vak. Dat is een open deur, maar toch hoor je maar al te vaak dat iemand iets is gaan doen door net die ene opmerking van een docent. Ik heb diverse zetjes in de goede richting gekregen zonder dat ik het destijds echt besefte. Ik weet nog goed dat wij op de middelbare school met onze leraar Frans, André Nuyens, songteksten van Franse liedjes bespraken. Ik had thuis een dubbelelpee met chansons en begreep opeens wat ze zongen. Behalve van Nederlands, hield ik vanaf toen ook van Frans.

Picasso

Maar dat was niet het enige waarom die leraar mij de juiste kant op had gedirigeerd. Hij liet ons kennis maken met een nieuwe wereld. Zo had hij reproducties in de klas van schilderijen van Picasso en legde uit waarom Picasso niet alleen de neus van voren, maar ook van links of rechts schilderde. Of de ogen die twee kanten op keken zonder dat die dame scheel keek. Dat was gewoon meer kanten van dezelfde persoon laten zien. Een andere manier van kijken, dus. De schellen vielen van mijn ogen. Ik begreep het. En sindsdien hield ik ook van Picasso. En van kunst. Het mooie vind ik dat deze leraar Frans dat niet had hoeven doen. Hij had het ook bij de subjontif, de passé composé of de imparfait kunnen laten. Maar hij ontsloot de Franse cultuur voor ons.

De boeken die hij besprak tijdens de literatuurles, haalde ik uit de bibliotheek en soms kocht ik wel eens iets. Op mijn vijftiende kocht ik het boekje ‘Maximen’ van Francois La Rochefoucauld, een Franse hertog uit de zeventiende eeuw, die aforismen over deugd en moraal schreef. Dat was nog eens een nieuw geluid! Maar goed, op je vijftiende klinkt heel veel nieuw in de oren.

Ik heb het boekje weer eens uit de kast gehaald, het stof eraf geslagen en verbaas me over de pessimistische knorrepot, die dit allemaal op zijn chateau heeft zitten noteren. Dat het mij nieuw in de oren klonk, lag eerder aan mij dan aan hem. Je moet toch ergens beginnen. Niet lang daarna moet ik voor Nederlands ‘De komst van Joachim Stiller’ hebben gelezen, van Hubert Lampo. Ik heb de pocket nog steeds. Ook al valt hij bijna uit elkaar, ik heb het boek altijd gehouden, omdat het voor mij nog altijd een heerlijk eyeopener-gevoel geeft. Misschien wel omdat het over een journalist ging, die in een wereld leefde die zo veraf, zelfs onbereikbaar leek. Zo konden boeken – of het leven – ook zijn.

Er volgden meer boeken. Stapels boeken. En die passen nooit op de twee plankjes die ik ooit boven mijn bed had.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *