Blog 5

Waddenzee

Horizon

We rijden over de Afsluitdijk, richting Friesland. ‘’Rechts is toch het IJsselmeer en links de Noordzee, toch? Of andersom?’’ Ja, jullie hebben het goed. Rechts is inderdaad het IJsselmeer. We kunnen er bijna niet naar kijken, zo fel schijnt de zon op het water. En dan horen we onze ‘villasoof’’ op de achterbank, David: ‘’Je kan nooit verder kijken dan de horizon. Joris, kun jij over die streep heen kijken?’’ Nee, dat kan hij inderdaad niet. De streep is het einde. Het is gissen wat daarachter ligt.

Zee

De horizon lijkt nog wel groter, sowieso breder, als we eenmaal op de boot naar Terschelling zitten. De zee verbreedt de horizon. Dat is het voordeel van de zee. Of als je op een eiland als Terschelling zit. Er zijn niet zoveel huizen of torenflats die het zicht op een mooie lucht ontnemen. Eenmaal aangekomen bij het huisje, klimmen we meteen op de duinen die erachter liggen. We genieten van de weidsheid. Zien zelfs de overkant van de Waddenzee. ‘We zitten nu achter de horizon die we vanmiddag zagen,’ zegt David.

Wolken

Het stikt hier van de mooie luchten. Zon, wolken, weerspiegeling in het water. Het zijn uitzichten, waar je eigenlijk geen woorden aan moet willen besteden. Eerst is er de ervaring, pas veel later volgt de taal, las ik van de week ergens. Dat geldt soms voor schilderijen, zoals die van Jeroen Bosch die je niet moet willen beschrijven maar gewoon in je opnemen. Het geldt zeker voor de weidse uitzichten op een eiland als Terschelling. Als de wolken een beetje meewerken en cachet geven aan de lucht, ja, dan? Dan wat? Dan kijk je, je zuigt de pure lucht in je op en je loopt of fietst gewoon verder. De ogen altijd gericht op de einder. Je kijkt zo ver als je kunt. En dat is heel ver. Of je drentelt wat door de duinen en kijkt alle kanten op. Alle kanten andere wolken. Daar wel zon, daar niet. Daar een donkere wolk, aan de andere kant meer schapenwolkjes. Het enige wat je kunt hopen is dat je de hele week wordt getrakteerd op dit soort schouwspelen van wolken en dat een saai, grauw wolkendek geen roet in het eten gooit.

Noodgeval

We lopen weer door de duinen achter het huisje. Het is klimmen en klauteren tussen het prikkende helmgras. De jongens storten zich van een duin naar beneden en laten zich lachend naar beneden vallen. ‘’Mam, dit is een noodgeval!’’ roept David. Even later: ‘’Dat klopt ook, dat woord. Het is nood, en ik ben gevallen. Noodgeval!’’ Hij denkt er wat langer over na en herkauwt het woord. ‘’En als je een aap bent, is het noot-geval, met een T. Dan is je nootje gevallen.’’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *