Blog 2

Zoo

Fijne dag!

De Soedanees die bij de ingang van de supermarkt om de hoek de daklozenkrant verkoopt, begroet iedereen altijd met ‘’Fijne dag!’’ Als je met je boodschappen sjouwend de winkel verlaat, zegt hij al net zo vriendelijk: ‘’Hallo.’’ Hij bedoelt het goed en hij lacht er altijd vriendelijk bij.

De Braziliaanse vriendin, die na vijftien jaar in Nederland nog altijd problemen met de taal heeft, is ook vergeven. Zij sprak vrijdagavond haar jarige man toe in een volle woonkamer. Zelf geschreven, ietwat nerveus voorgelezen: ‘’Het is raar maar waar, je bent alweer vijftig jaar.’’ Er volgde een ontroerende tekst. Dan zijn taalfouten en gebrekkige uitspraak charmant. En zo’n toespraak recht uit het hart kan ook nog indrukwekkender zijn dan een perfecte speech.

Taalfouten

Verkeerd taalgebruik is dan niet erg. Toch ben ik over het algemeen gevoelig voor spel- , tik- en taalfouten. Of voor verkeerde woordkeus. Als een van mijn zoons roept: ‘’Hij stook me bijna in mijn oog met zijn lightsabor!’’ dan val ik daar natuurlijk niet over. Kwestie van even verbeteren (‘’Stak, lieverd, stak!’’) en overgaan tot de orde van de dag (‘‘Nooit richten op gezichten!’’).

Natuurlijk heb ik zelf ook taalfouten gemaakt. Ik herinner me nog altijd dat ik een tikfout in een kop in de krant heb gezet. In een kop! Totaal over het hoofd gezien. De volgende dag wees mijn collega op de kop en vroeg of ik daar iets bijzonders aan zag. Ik keek goed, maar zag niets. Totdat hij op de majeure fout wees. Iedereen heeft wel eens een blinde vlek – al is het daarmee niet goedgepraat.

Engkol

Toch is het mooi als mensen goed schrijven of precies zijn in hun woordkeus. Daarom lees ik zo graag. En in een boek kan ik soms nog meer van het taalgebruik genieten dan van het verhaal. Helemaal mooi is het als de taal naadloos aansluit bij het verhaal, zoals in ‘’Het hout’’ van Jeroen Brouwers. Zijn taal vertelt het verhaal.

Mijn drie jongens zijn druk bezig met hoe je dingen schrijft. Tot in bad gaan ze door met spellen en willen ze van mij horen of je een woord zus of zo schrijft. Bart (10) is het verst gevorderd. Hij heeft veel spellingregels geleerd en weet wel hoe je ‘enkel’ schrijft. Maar Joris (7) schrijft nog – heel begrijpelijk – ‘engkol’.

Van de week zagen ze op de tv een enorme schrijffout: ‘’Mam, kijk: daar staat Groote Postweg! Dat schrijf je met één ‘o!’’ Het was een oude foto van de aanleg van een weg in Indonesië. Ik legde uit dat dat nog volgens de oude spellingregels was, van voor de oorlog. Toen schreef je grote nog met dubbel o. ‘’Net als zoo. Dat schreef je ook met twee o’s.’’

‘’Zoo,’’ zei David (8) droogjes, ‘’dat is een dierentuin.’’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *